Home

Vorige week hebben we mijn oma begraven. Of, liever gezegd: haar lichaam. Het lichaam dat zo oud was geworden, 99 jaar, en dat haar zo trouw heeft gediend, heel haar dienstbare en werkzame en liefdevolle tijd op aarde, tot ze klaar was in dit leven en eruit besloot te vertrekken. Op haar sterfbed had ze opa aan haar voeteneinde zien staan. Hij nam haar mee en wij droegen haar lichaam ten grave, met een grote groep mensen en een kleine kring familieleden. Op een dag waarop het tijdens de kerkdienst donderde, onweerde en kletterde en op weg naar het graf een zonnetje doorbrak dat alle meegebrachte paraplu’s overbodig maakte en alle rozen die we in het graf op de kist wierpen, liet gloeien in het licht. Oranje, roze, rood: één voor één in het gat in de aarde, met haar oude lichaam mee.

Drie dagen voordat ze overleed, zat ik bij haar bed met mijn broer. Hij zat aan haar voeteneinde, in een stoel tegen de muur, tussen de televisie en de gordijnen. Hij keek naar haar en glimlachte zo lief en zijn hele wezen leek zo zacht, die dag. Ik zat aan haar bed en hield haar vast. Ze zag er al uit als een stervend mens, ik weet niet of je dat kent, je ziet het aan de huid en de ogen, dat iemand al vertrekt. Ze kon al niet meer praten maar reageerde op de dingen die ik haar vertelde met een moeizaam draaien van het hoofd, een glimlach, het optrekken van haar wenkbrauwen. Een aankijken, heel even met ogen die je echt zagen, voor ze weer wegzakte in een dommelslaapje, steeds opnieuw.

Ik gaf haar wat water met een lepeltje, trok haar kussen recht, liet haar dommelen en stelde haar elke keer bij het wakker schrikken weer gerust. Wij zijn het, oma, we zitten nog naast je. We zwegen, lieten het gezelschap genoeg zijn, onze aanwezigheid het gesprek. Ik vertelde haar het enige dat ik nog tegen haar wilde zeggen: dat ze altijd had gemaakt dat ik me zo goed voelde. Dat ik me op de terugweg van mijn bezoekjes aan haar altijd zo vredig en vreugdevol voelde, ik kan het niet anders beschrijven. Een zacht gevoel van vrede en vreugde. Dat ze me dat altijd had gegeven, dat gevoel, dat als een roes altijd nog een tijdje bleef hangen. Ze draaide haar gezicht naar me toe en lachte vragend. Ja, echt waar oma, dat kwam door jou. Omdat je gewoon zo’n fijn mens bent. Dat heb jij mij gegeven. Haar hoofd zakte terug in het kussen, ze keek weer in de verte en dommelde in.

Dymph van der Gun

Ik streelde haar haren, kuste haar armen en gezicht, hield haar handen vast. Ze was zo aanwezig, daar op haar sterfbed, zo voelbaar. Mijn handen stroomden warmte naar de hare en haar handen naar de mijne, alles liep door elkaar en alles viel op zijn plek. Ik zat naast haar bed met mijn ene hand in de hare en mijn andere hand op mijn zwangere buik. Mijn wakkere, ongeboren dochter praatte met oma onder mijn handen en ik voelde me onderdeel van een heel lange lijn. Een lijn van sterven en geboren worden, verenigd in die ene kamer, met die twee lichamen onder handbereik. Van duizend voorouders aan de kant van mijn oma en duizend nakomelingen aan de kant van mijn dochter. Alles was warm en vervuld en precies helemaal goed zoals het was.

altaar
moeder en kind

Advertenties

7 thoughts on “Dag, oma.

  1. Dymph, Dymph, wat mooi weet je je gevoel over te brengen. Dat dat fijne gevoel dat je oma je gaf maar bij je mag zijn altijd als je aan haar denkt.

reageer

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s