Home

‘Heb je de dropjes gevonden?’, vraagt Man. ‘In het vakje tussen de voorstoelen?’ ‘Dat meen je niet’, bries ik. Met Zoon op en neer naar Utrecht kreeg ik een onbedwingbare zin in dropjes die er niet waren. Waar ik me onmiddellijk en zeer water-off-a-ducks-back meteen bij neerlegde, één en al beleving-van-het-moment-zonder-te-verlangen-naar-wat-niet-is, pompiedom, je moet toch klein beginnen met die grote concepten, enzovoort. Blijkt nu dus dat dat allemaal niet had gehoeven. De dropjes lagen in Mans auto gewoon tussen de stoelen op mij te wachten. In het vakje waar ik nooit kom want health hazard. Dat gaat mij dus niet weer gebeuren. Die dropjes zijn de mijne. Hun laatste uur heeft geslagen.

Vroeger was ik single en was de eenzaamheid van het bestaan nog pregnanter dan hij mijn hele leven al geweest was. Of ik had relaties die niet werkten en stond nog steeds op mijn kop van diezelfde eenzaamheid. U kent het misschien wel. Er bleef op een gegeven moment niet veel meer over dan een verdrietige overtuiging dat je alleen geboren bent en alleen doodgaat en dat je onderweg geen echte verbinding kunt maken, hoogstens kunt proberen om rust te vinden.

Toen ontdekte ik dat de verbinding die ik zocht met andere mensen daarbij geen oplossing biedt. Ik moest mijn eigen eenzaamheid fixen. Van binnen, met mezelf. U kent het cliché. Om vervolgens door mezelf geheeld, gekoesterd en bemind te leven in verbinding met mezelf en het grote geheel der dingen, zijnde de kosmos en in feite wij allemaal. En omdat dat nou eenmaal een levenstaak is, ben ik nog maar een piepklein stukje op weg. Ondertussen troost ik mij met de ontdekking dat alhoewel verbinding met de mensenmens een eeuwig smachten inhoudt, ik in ieder geval nooit alleen hoef te zijn in het bijzijn van mezelf, mijn gidsen, de engelen die over ons waken en de kosmos. Die dan effectief weer wij allemaal zijn; zeg maar de mensenmens bereikt via een omweg.

En toch…

Deze week ben ik in Groningen. Bij mijn moeder en haar man, met mijn zoon. Man achterlatend in een oase van welverdiende stilte. Mijn toch al zeer goedgemutste zoon gaat in de handen van mijn moeder glimmen van blijdschap. Mijn nicht en ik eten deze week met onze kinderen taart aan de voeten van mijn jarige oma die 98 wordt. Ik leg mijn handen op de 40-wekenbuik van mijn vriendin om haar dochter alvast welkom te heten op deze wereld en rij die avond door naar het Groninger platteland voor een paar glazen wijn en een magnetische knuffel met nog zo’n prachtig vrouwmens. En als ik dan in het pikkedonker van het Groninger platteland terugrijd naar de stad en ik zie door de lichte regen op de voorruit de lichten van de dorpen komen en gaan, Royksopp in de speakers, zo licht en kalm als ikzelf, op weg naar mijn slapende zoon in het ledikantje naast mijn bed in het huis van mijn moeder, dan voel ik mij ook hier op aarde tussen de mensenmensen onlosmakelijk onderdeel van een groter geheel.

En toen dacht ik dus aan de dropjes.

Advertenties

4 thoughts on “Onlosmakelijk

  1. Jezus mina, wat een goed stukje! Ik wordt er warm van, leer iets meer over jou, geweldige zinnen en woorden. Alles klopt. Eentje om over jaren terug te lezen.

reageer

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s